Marid, Gerie en Jarid zijn drie kinderen die heel lang geleden leefden in een woest land, met allemaal dino’s.
Marid is een meisje van twaalf jaar.
Ze heeft blond lang haar.
Ze is dun en lang.
Gerie is een meisje van elf jaar .
Ze is klein en dun met bruin haar
En Jarid is een jongen van tien jaar.
Hij is klein en mollig en heeft blond haar.
Ze hebben niet als nu een tv in huis.
Ze hebben geen auto niks geen moderne dingen die wij hebben, hebben zij.
Maar dat zijn zij ook niet nodig.
Want zij spelen heel graag in het woud.
Daar beleven ze spannende avonturen met de dino’s.
Vandaag is Jarid vroeg wakker.
Hij klimt uit zijn bed.
Hij loopt de hut uit.
Buiten hoort hij een hard gebrul.
Jarid is nieuwsgierig en gaat kijken.
Achter grote bladeren verstopt hij zich.
Hij ziet twee grote t-rexen ruzie maken.
Dan grist de ene t-rex opeens een grote parel uit de poten van de ander.
Jarid kijkt ernaar.
Maar die is mooi ,bedenkt hij bij zichzelf” die wil hij ook wel hebben”.
Jarid rent naar de hutten van Gerie en Marid.
Hij schreeuwt keihard, als ze wakker willen worden Marid steekt duf haar hoofd buiten de hut.
“Wat is er aan de hand”, vraagt ze duf.
Ook Gerie steekt haar hoofd uit de hut.
Jarid verteld wat hij heeft gezien.
Marid zegt,” Dat is veel te gevaarlijk om dat te krijgen.
“Maar we kunnen het toch proberen” reageert Jarid gelijk.
De meiden kruipen hun hut uit.
“We zien het wel” zegt Marid,”eerst maar eens wat eten opzoeken”.
De drie lopen het woud in opzoek naar eten.
Opeens dreunt de grond.
De kinderen blijven staan.
De grond begint steeds harder te dreunen.
“Ho daar komt Rico aan,” schreeuwt Marid,” kom aan de kanten staan”.
De kinderen springen aan de kanten.
Een grote styracosaurus jong springt te voorschijn.
Dat is Rico een planten eter en een grote vriend van de kinderen.
“Wat zijn jullie aan het doen?”, vraagt hij.
“Oh wij zoeken naar eten,” antwoorden de kinderen.
“Zal ik jullie helpen” biedt Rico aan.
“Ja, dat is goed,” stemmen de kinderen ermee in.
“Nou klim maar op mijn rug, dan rijdt ik jullie rond”.
De kinderen doen wat Rico zegt.
Ze klimmen op de rug van Rico.
Als de kinderen erop zitten kunnen ze dicht bij de takken van de bomen komen, waar eten in hangt.
De kinderen eten de vruchten uit de bomen tot ze vol zijn.
Ook Rico eet ervan.
“Wat gaan we nou doen?” vraagt Rico.
“Ik weet wel wat,” antwoordt Jarid.
“Nou wat dan,” roept Rico enthousiast.
“We gaan de grote parel bij de T-rexen weg halen,” zegt Jarid uitbundig.
“Nou mij niet gezien,” reageert Rico direct.
“Nee laten we maar naar de wijze aap gaan kijken of hij iets meer over die parels weet,” zegt Marid serieus.
“Dat lijkt mij een goed idee,” reageert Rico weer uitbundig.
Met een drafje loopt hij weer verder het woud in.
De kinderen zitten lekker op de rug.
Ze genieten van het ritje.
Diep in het woud woont de wijze aap.
De wijze aap weet bijna alles.
Hij is als een vader voor de kinderen.
Hij geeft hen goede raad of opdrachten die ze moeten uitvoeren.
Als de kinderen iets willen weten gaan ze naar hem toe.
Na een tijdje komen ze bij de wijze aap aan.
De wijze aap zit in de boom aandachtig voor zich uit te staren.
De kinderen roepen hem.
De wijze aap kijkt op.
“Ha jongens, zijn jullie daar weer,” zegt hij uitbundig.
“Ja,” antwoordt Marid, “ We willen weer iets weten”.
“Nou vertel maar,” roept de wijze aap.
Marid doet het hele verhaal over Jarid en de parel.
De wijze aap kijkt ernstig.
Dan zegt hij,” Het is nooit goed om je leven op prijs te stellen voor iets wat je mooi vindt.
Het is te gevaarlijk om voor de lol de parel daar weg te halen, maar er is een ander probleem.
Die parels staan ergens voor.
Ik moet dat eerst even uitzoeken, vanmiddag weer ik meer, kom dan weer terug.
De kinderen beloven dat.
Ze gaan weer het woud in.

S’middags komen Rico en de kinderen bij de wijze aap.
De wijze aap heeft alles uitgezocht.
Hij begint zijn verhaal, “ De parels hebben een doel al weten de meeste T-rexen dat niet. Zij kijken alleen naar de mooiheid van de parels, maar de leider van de T-rexen Zwart Oog weet als geen ander waarvoor ze zijn.
Er zijn zeven parels.
Als ze alle zeven parels in handen zijn van de leider kan hij de put van het verderf open maken.
Geen mens en dier kan tegen de stank die daar uitkomt.
Behalve de T-rex.
Wat de T-rex wel vergeet is dat hij na een tijd geen voedsel meer heeft.
Maar hij ziet alleen de macht die ze dan over de wereld hebben.
Wij moeten ze tegen houden.
De parels moeten we afpakken en vernietigen.
Dat is de enige manier om ons zelf te redden.
Maar het wordt heel gevaarlijk.
We moeten een goed plan maken”.
De kinderen hebben met open mond geluisterd.
Dan staat Jarid op,” We zullen die T-rexen wel eens een lesje leren”.
Marid trekt Jarid naar beneden.
“Doe toch eens normaal die dieren zijn hartstikke groot en zien ons als een lekker hapje”.
“Daar heb je gelijk in,” onderbreekt de wijze aap.
“We moeten niet zogenaamde helden gaan spelen.
We moeten uitkijken en op elkaar letten”.
“Goed,” zegt Marid,”Maar dan moeten we nog wel een paar dino vrienden vragen of ze ons willen helpen”.
Dat wordt afgesproken.
De kinderen gaan opzoek naar hun vrienden.
Op de rug van Rico rijden ze het woud weer in.
Ze komen eerst Jens tegen een jonge Brachiosaurus, planteneter met een hele lange nek.
Ze vertellen het verhaal.
Jens twijfelt eerst even, maar laat zich dan toch snel overhalen om mee te doen.
Dan komen ze Regel tegen.
Een jonge Triceratops ook een planteneter met hoorns waar hij goed mee kan stoten.
Aks hij het verhaal hoort wil hij gelijk mee doen.
Hij is niet bang voor die T-rex watjes, zoals hij zelf zegt.
Nu loopt het groepje naar de kust.
Daar vliegt een Pteranodon een viseter.
Marid roept hem.
Hij komt er direct aan vliegen.
Het is een flufer.
Ze vertellen hem ook het verhaal.
Flufer ziet het wel zitten.
Ze kan mooi in de lucht de dino’s in de gaten houden en de parels kan zij zo mee weg vliegen.
Nou is de groep compleet.
Ze gaan met zijn allen weer terug naar de wijze aap.
Om daar het plan te bespreken.
Bij de wijze aap aangekomen bespreken ze het plan en de route die ze moeten gaan.
Want de weg naar de T-rexen is erg gevaarlijk.
Onderweg in het woud zitten nog Velociraptor en Comprognathus en dat zijn vleeseters.
Ze moeten ongezien daar langs komen.
De wijze aap gaat ook mee.
Zo kan hij raad geven.
De kinderen blijven op de rug van Rico zitten.
Zo gaan ze hun reis beginnen naar de T-rexen.
Flufer vliegt boven het woud.
Hij kijkt of hij geen gevaar ziet.
De groep dino’s loopt stevig door.
Ze komen steeds dichterbij het gebied waar de twee Velociraptors wonen.
De dino’s doen zachtjes.
Zodat niemand hen kan horen.
Flufer kijkt goed of ze een Velociraptor ziet.
Het gaat allemaal goed.
Tot opeens een wild gesnuif achter de dino’s.
De dino’s kijken verschrikt achterom.
Ook de kinderen en de wijze aap kijken naar achteren.
Daar staat een grote Velociraptor.
De dino’s blijven stokstijf staan.
“Wat doen we nou,” sist Rico zachtjes naar de wijze aap.
Maar intussen heeft Flufer gezien wat er beneden gaande is.
Hij duikt naar beneden recht op de Velociraptor af.
Deze schrikt en deinst terug.
Flufer blijft de Velociraptor afleiden.
Zo kunnen de anderen snel weg rennen.
Maar voor hen uit de bossen komt de andere Velociraptor.
“Jullie dachten toch niet dat je kom ontsnappen hè,” zegt hij.
Regel bedenkt zich geen moment hij rent keihard recht op de Velociraptor af hij stoot hem met de hoorns.
De Velociraptor deinst achteruit.
De andere dino’s rennen snel langs hem heen.
De ene Velociraptor zit nog steeds achter Flufer aan.
Flufer vliegt laag over de andere Velociraptor heen.
De eerste Velociraptor ziet niet dat die andere daar net overeind kruipt.
En valt pardoes overheen.
Daar liggen de twee Velociraptors op de grond.
De dino’s kunnen er vandoor.
Ze rennen een stuk het woud in tot de Velociraptor niet meer in zicht zijn.
“Poeh dat was spannend,” zegt Jarid opgewonden.
“Ja dat was zeker spannend,” antwoordt de wijze aap,” maar we kunnen nu weer rustig doorgaan.
Het was wel een echte heldendaad wat Flufer en Regel deden”.
De dino’s lopen verder.
Nu komen de dino’s en kinderen in gebied waar de Comprognathus woont.
Weer moeten ze geruisloos lopen.
Van boven houdt Flufer de boel in de gaten.
Gelukkig is dit gebied minder gebost.zo kan Flufer beter kijken of hij wat ziet.
De kinderen zitten rustig op de rug van Rico.
Ze zijn muisstil.
Jens kijk met zijn lange nek in de ronde.
In de groep is de spanning te snijden.
Jens kijkt alle kanten op behalve voor zich.
Hij knalt met zijn kop tegen een tak aan.
Een hard gekraak galmt door het bos.
De dino’s blijven allemaal stokstijf staan.
Ze kijken allemaal schichtig om hun heen of de Comprognathus eraan komt.
Gelukkig blijft het rustig.
De dino’s gaan hun pad weer verder.
Ze komen nu dicht bij een bergachtig gebied.
Daar in de bergen wonen de T-rexen.
De dino’s en kinderen kunnen nu even opgelucht adem halen want ze zijn veilig door het gebied van de Comprognathus heen gekomen.
“Maar “ begint de wijze aap,” Het gevaarlijkste komt nou, nu moeten we goed samenwerken.
Om de parels van de T-rexen af te pakken”.
“Maar wie mogen de parels dan pakken?,” vraagt Jarid.
“We doen alles wat op dat moment mij wordt ingegeven,” zegt de wijze aap vastbesloten,” We moeten eerst een goede verstopplek vinden waar wij ons kunnen verstoppen en de T-rexen in de gaten kunnen houden.
Waar ze ons ook niet gelijk vinden”.
De kinderen en dino’s stemmen ermee in.
Ze lopen tussen de bergen door naar de plek waar de T-rexen wonen.
Flufer vliegt nog steeds in de lucht of hij gevaar ziet.
Maar ze komen op een goeie tijd aan.
De T-rexen zijn om deze tijd aan het jagen.
Ze zijn dus niet in hun hol.
Zo kunnen de kinderen en de dino’s goed een verstop plek vinden om zo de T-rexen in de gaten te houden.
Flufer blijft in de lucht hangen.
Intussen zoeken de anderen een verstopplek.
Om Jens te verstoppen hebben ze een hoge muur nodig anders komt zijn kop boven de rots.
Ze zoeken een aardig tijdje naar een plek.
Als Flufer plotseling alarm maakt.
Hij roept dat er een T-rex aankomt.
De dino’s duiken nu snel achter een rots.
Ze blijven doodstil liggen.
Niet veel later loopt er een grote T-rex de grot in.
“Kijk hij heeft een parel in zijn poot,” fluistert Marid.
“Ja ik zie het,” fluistert de wijze aap terug,” volgens mij is dat Zwart Oog”.
Ze blijven rustig kijken naar wat Zwart Oog met de parel gaat doen.

“Zo alleen” mompelt Zwart Oog, nu zal ik de parel op een veilige plek leggen”.
Zwart Oog loopt naar de muur van de grot.
Hij bonst er een paar keer op.
De muur gaat open.
Achter de muur zit een verborgen ruimte met een put.
“Ha, ha, nog een parel,” schatert Zwart Oog,” en dan is de wereld van mij, moeten die andere sukkels wel mee werken anders wordt het nog niks”.
Zwart oog legt de parel in de put.
Hij sluit de geheime ruimte weer af.
Zwart Oog loopt de grot weer uit.
De kinderen, wijze aap en dino’s hebben het allemaal gezien.
“Wat doen we nou,” fluistert Marid,” het ligt achter een gesloten muur”.
“ Ja dat zie ik ,” fluistert de wijze aap terug,” maar er moet een manier zijn dat wij die deur ook open kunnen krijgen”.
“We mogen wel opschieten,” onderbreekt Jens,” hij hoeft nog maar een parel”.
“Ja zal ik erheen rennen en ertegen aanbonken,” bemoeit Regel zich ermee.
“Nee we moeten rustig blijven,” antwoordt de wijze aap sussend.
“Het moet eerst veilig zijn voordat we iets kunnen doen, we kunnen nu alleen wachten”.
De dino’s mompelen wat, maar zijn ook snel stil als er twee T-rexen vechtend de grot binnen komen.
“Hij is van mij,” schreeuwt de een die Henk heet.
“Nee ik had hem het eerst,” schreeuwt de andere die Simon heet.
Ze rollen over elkaar heen.
“He dat zijn die twee van vanmorgen,” fluistert Jarid,” Die hebben ook een parel”.
De twee vechten hard om hard om de parel.
Dan komt Zwart Oog binnen.
Hij loopt op de vechtende Henk en Simon af.
En zegt gebiedend,” Hou op te vechten en geef die parel aan mij”.
“Oh nee,” zegt de wijze aap opeens,” hij mag hem niet krijgen”.
Dit is niet tegen dovemans oren gezegd.
Want Flufer vliegt omhoog.
Hij duikt vliegensvlug vlug over Henk en Simon heen.
Deze schrikken en de ene laat de parels los.
Zwart Oog duikt er op af, maar intussen is Regel er aan komen rennen en hij knalt tegen Zwart Oog aan.
Deze verstapt zich een paar passen.
Zo krijgt hij de parel niet te pakken.
De andere twee T-rexen rollen over elkaar heen.
Flufer maakt weer een duik.
Hij pakt de parel en vliegt weg.
“Waar komen die vandaan,” brult Zwart Oog.
Zonder verder na te denken rent hij achter Flufer aan.
De andere twee rennen nu achter Regel aan.
Regel rent hard weg.
Maar de twee zijn sneller.
De weg die Regel is ingeslagen loopt dood.
Regel krijgt het aardig benauwd.
Henk en Simon staan dreigend voor hem.
Regel doet een stap naar achteren.
Henk en Simon een stap naar voren.
“Zo lekker hapje,” zegt Henk, jij komt ons thuis opzoeken”.
“Nou niet bepaald,” stottert Regel.
“Nou we zullen je maar eens lekker op peuzelen,” lacht Henk.
De T-rexen bukken de kant van Regel op.
Dan komt Rico vol gas aan rennen.
Hij knalt tegen de ene T-rex aan deze knalt opzij tegen de andere.
Ze vallen alle twee op de grond.
Regel rent snel uit de hoek.
Ongezien rennen ze snel naar de schuilplaats.
“Ze moeten hier nog zijn,” zegt Simon als hij weer opstaat.
“Ja maar waar,” zegt Henk.
Ik weet het niet, laten we zoeken”.
Henk en Simon beginnen overal te snuffelen.
Intussen zit Zwart Oog nog steeds achter Flufer aan.
Flufer is hoog in de lucht gaan vliegen, zodat Zwart Oog niet bij hem kan komen.
Hij vliegt richting de zee.
Flufer weet dat Zwart Oog hem niet meer zal volgens als hij boven de zee gaat.
Zo gezegd zo gedaan Zwart Oog blijft scheldend staan op het strand.
Flufer vliegt verder de zee op.
Maar als hij de parel hier laat vallen, zal hij binnen afzienbare tijd weer het land opkomen.
Dus er moet nog steeds een parel vernietigd worden.
Daar is de wijze aap zich ook bewust van.
Al weet hij wel dat het nu gevaarlijker is dan ooit.
Henk en Simon snuffelen nog steeds rond, maar ze krijgen geen spoor.
De twee gaan weer buiten de grot.
De wijze aap, kinderen, Jens, Regel en Rico zitten in de schuilplaats.
“Was ik maar nooit meegegaan,” klaagt Jens.
“Ach jawel het is hartstikke gaaf,” zegt Jarid.
“Nou dat vind ik niet,” antwoordt Jens bibberend.
De wijze aap zit te denken hoe ze verder kunnen gaan.
“We moeten die grot open krijgen,” zegt hij bedenkelijk.
“Dat kan ik wel doen,” antwoordt Regel heldhaftig.
“Ja dat zal maar we moeten niet weer jou in de val hebben”.
“Nee dat gebeurd ook niet, ik zal het heel voorzichtig doen”.
Zo praten ze nog een tijdje om een plan te maken.
De kinderen moeten de parels pakken.
Dan moet het ergens heen worden gebracht waar het kapot kan worden gemaakt.
Het plan gaat dus als volgt.
Regel moet de deur open maken.
En dan volgt de rest.
Ze moeten het op gevoel doen.
Jens moet op de uitkijk staan, want Flufer is er niet.
Jens ziet het niet echt zitten, maar na wat aandringen.
Doet hij het met knikkende knieën.
Jens gaat kijken of de kust veilig is.
Na een tijdje geeft hij aan dat er geen T-rexen meer in de buurt zijn.
De kinderen en de dino’s komen achter de rots weg.
Regel gaat naar de muur toe.
Waar Zwart Oog op de muur bonkte.
Regel knalt een paar keer met zijn hoorns tegen de muur.
Er gebeurd niks.
Weer knalt hij een paar keer tegen de muur aan.
Weer gebeurd er niks.
“Schiet op,” roept Jens,” ze kunnen elk moment terug komen”.
“ Ja ja ik doe mijn best,” antwoordt Regel.
Regel neemt nu een aanloop.
Hij knalt keihard tegen de muur.
Nu komt er beweging in de muur.
De geheime deur gaat open, maar dan geeft Jens een gil.
“Zwart Oog komt eraan,” schreeuwt hij.
De dino’s rennen gelijk weer achter de rots.
De kinderen niet, zij lopen naar de put.
“Snel,” zegt Marid,” we moeten ons verstoppen”.
“Nee we moeten een parel pakken,” antwoordt Jarid.
Jarid rent naar de put.
Hij pakt een parel.
De twee meiden volgen hem.
Maar intussen komt Zwart Oog de grot in.
Hij stampt gelijk door naar de muur.
Hij kijkt en roept verbaast,” wie heeft mijn geheime deur open gezet.
Snuivend loopt hij richting de put waar de kinderen zitten.
“Rennen ,”zegt Marid zachtjes.
“Waarheen?,” antwoordt Gerie.
“Daar is een kier daar passen wij wel in,” fluistert Marid.
De kinderen zetten het op het rennen.
Zwart Oog kijkt eerst verbaast op, maar bedenkt zich dan geen moment.
Hij rent erachteraan.
Jarid heeft nog steeds zijn parel vast.
De meiden hebben de parel laten liggen.
Ze kunnen dan ook een stuk sneller.
Marid en Gerie hebben de kier bereikt.
Jarid moet nog een stukje.
Zwart Oog zit vlak achter hem.
“Geef hier die parel,” brult hij.
Marid en Gerie roepen ook,” laat die parel vallen.
Maar Jarid luistert niet.
“Ik eet je op mensenkind,” brult Zwart Oog weer.
Hij hapt naar beneden net achter Jarid.
Jarid probeert te versnellen, maar de parel wordt steeds zwaarder.
“Laat hem vallen,” roepen de meiden.
Weer hapt Zwart Oog vlak van achteren.
Jarid geeft het nu op.
Hij laat nu de parel vallen.
Hij rent hard door naar de kier.
“Dat was op het nippertje,” zegt Marid opgelucht,” maar de volgende keer moet je direct luisteren.
“Ja dat zal, maar nu zijn we nog geen stap verder,” antwoordt Jarid buiten adem.
Zwart Oog heeft de parel opgepakt.
Hij legt hem weer op de put.
Dan loopt hij dreigend op de kier af.
“hoe komen jullie hier,” snauwt hij.
De kinderen blijven stokstijf zitten.
“Ik weet wel wat jullie mensenkinderen willen, jullie willen mijn plan dwarsbomen.
Nou jullie zijn niet meer dan lekkere hapjes voor mij.
Jullie komen hier nooit meer weg”.


Intussen zijn de dino’s en de wijze aap een plan aan het maken om de kinderen te redden.
Ze moeten de Zwart Oog afleiden, zodat de kinderen ongemerkt kunnen ontsnappen.
Maar hoe moet het met de parels verder.
De dino’s en wijze aap zitten nog te denken als er lawaai bij het begin van de grot wegkomt.
Henk en Simon zijn terug.
Ze lopen de grot in, ze zien de geheime ingang.
“Wat is dat,” zegt Simon.
“Weet ik niet,” zegt Henk, maar moet je zien, daar liggen nog meer parels”.
De twee rennen erop af.
Zwart Oog heeft niks door wat er achter hem gebeurd.
Hij is nog druk met de kinderen bezig.
Henk en Simon duiken op de parels.
Simon heeft er vier te pakken Henk twee.
“Dat is niet eerlijk,” roept Henk,” ik wil er ook nog een.
“Nee ik was het eerst,” roept Simon.
De twee verstrikken weer in een ruzie.
Ze proberen de parels van elkaar af te pakken.
Nu hoort Zwart Oog hen ook.
Hij draait zich om.
“Hè wat zijn jullie aan het doen, laat die parels liggen”. Zegt hij commanderend.
“Echt niet, ze zijn van mij,” roept Simon.
Gelijktijdig probeert Henk een parel uit zijn poten te rukken.
De parel vliegt dan door de lucht tegen de rots op de grond.
Hij valt in duizend stukjes.
“Wat heb je gedaan,” roept de Zwart Oog wanhopig,”daar gaat mijn plan.
“Wat plan,” mompelen Henk en Simon.
“Ach daar snappen jullie toch niks van domkoppen”.
Intussen is Flufer ook weer terug gevlogen.
Hij is ongemerkt de grot ingevlogen naar de dino’s.
Die hebben gezien wat er gebeurd is.
“Dat komt mooi uit,” zegt de wijze aap, nou hoeven wij dat niet meer te doen”.
Er waren maar zeven van deze parels, dus we hoeven ons geen zorgen te maken”.
“Nu moeten we alleen de kinderen nog redden”.
“Maar hoe gaan we dat doen,” zegt Rico.
“Rico en Regel moeten de T-rexen afleiden, Flufer moet ze uit de kier halen en voor Jens weet ik niet, want hij is te bang,” besluit de wijze aap.
De dino’s gaan akkoord.
Zo gaan ze te werk.
Rico en Regel rennen keihard op de T-rexen af die niks in de gaten hebben.
Rico knalt tegen Zwart Oog.
Deze knalt naar voren.
Regel knalt tegen Henk deze knalt opzij.
Intussen vliegt Flufer naar de kier.
De kinderen stappen op zijn rug.
De T-rexen krabbelen op en rennen achter Rico en Regel aan.
Rico en Regel rennen door de grot heen.
De T-rexen kunnen hun niet te pakken krijgen.
Flufer zorgt ervoor dat de kinderen in veiligheid zijn.
Daarna vliegt Flufer over de T-rexen.
Hij duikt laag over hen heen.
De dino’s proberen Zwart Oog bij de put te lokken.
Rico rent daarheen.
Vlak achter hem zit Zwart Oog.
Hij heeft bijna Rico te pakken.
Als plotseling uit het niets Jens zijn nek ertussen steekt.
Zwart Oog duikelt voorover op zijn kop.
De andere twee T-rexen schrikken en vallen over elkaar tegen de put.
De dino’s rennen snel de geheime ingang uit.
Regel knalt met zijn kop tegen de muur.
En de muur schuift dicht.
“Zo knap gedaan,” komt de wijze aap prijzend achter de grot vandaan.
Van die hebben we voorlopig geen last”.
Maar de dino’s kijken naar Jens.
Die ligt levenloos op de grond.
De kinderen rennen er op af.
“Ook hij is toch niet dood,” zegt Gerie.
De wijze aap kijkt.
Hij voelt aan Jens.
Marid gaat tegen Jens aan staan.
Ze zegt snikkend,” wordt wakker Jens we moeten naar huis”.
Dan doet Jens langzaam zijn ogen open hij fluistert” is het voorbij”.
“Ja het is voorbij,” lacht Marid,” je liet ons schrikken”.
“Oké alles is goed dan gaan we naar huis,” zegt de wijze aap.
De kinderen klimmen weer op Rico behalve waar is Jarid.
De groep kijkt omzich heen.
Dan zien ze Jarid aankomen lopen met een parel in de hand.
“Die hadden ze laten liggen, en ik wou er nog èèn,” zegt hij.
De dino’s, kinderen en de wijze aap lachen.
Alles is goed afgelopen.

Dat was de bedoeling