Richie rent naar het huis van zijn oude opa.

Richie is een jongen van elf jaar, lang bruin haar, twee stralende ogen.

Hij heeft een tenger figuur, maar is een hele vrolijke jongen om te zien.

Hij is dol op motorrace. Daar is hij mee opgegroeid, vooral met Rossi die telkens zo goed rijdt.

Dat is dan ook zijn absolute held.

Gelukkig wonen ze dicht bij Assen, waar dit jaar voor de tachtigste keer de TT wordt gereden.

Hij gaat er met zijn vader heen. Zijn hele oude opa gaat niet meer, die is intussen tweeënnegentig jaar. Hij was twaalf toen de eerste TT werd gereden, dat weet hij nog als de dag van gisteren.

Hij vertelt vaak verhalen over de TT, vooral na de tweede TT als het aan de zuidkant van Assen komt.

En het door het dorp van oude opa heen rijdt. Als kind was dat een hele belevenis.

Richie kan niet genoeg van die verhalen krijgen. Hij gaat vaak langs bij zijn oude opa om weer te luisteren naar zijn spannende verhalen. Hoe de motoren door de straten van het dorp heen kwamen, er strobalen aan de kant van de weg lagen voor het geval als er iets gebeurde.. De finish in Den Haar.



Op een dag was hij samen met een kameraad naar de TT, die weer door het dorp kwam. Ze zochten een mooi plekje op in de bocht. Het was zo’n mooi gezicht om die motoren daar plat door de bocht te zien gaan. Ze zijn mooi op tijd, zodat ze niks hoeven te missen.

Bij de 500 cc brullen de motoren langs hun heen, vooral de merken MV, BMW, Norton en Gilera doen het goed. Gespannen staan ze te kijken wie er aan kop ligt. De race is gigantisch spannend.

De motoren komen soms rakelings langs hun, daar zien ze verder geen gevaar in. Tot op een gegeven moment een motor slingerend de bocht in komt.

Ze kijken die kant op. ”Dat gaat niet goed”, brult opa tegen zijn kameraad. Deze kijkt ook verschrikt, die strobaal zou die motor niet tegen houden. Dan zijn zij aan de beurt.

Eén manier is er om het vege lijf te redden en dat is: het als een gek op een lopen te zetten. Dat doen de twee jongens op dat moment ook maar.

Achter hun horen ze een doffe klap. De motor slaat tegen de grond, opa kijkt achteruit en ziet dat het apparaat hard door de strobalen heen glijdt, recht op hun af. Hij moet de andere kant op springen, anders wordt hij geraakt. Maar kan hij en zijn kameraad dat nog wel zo snel? Hij roept naar zijn kameraad: “Springen naar rechts, heel snel”. De motor is heel dichtbij, zij zetten zich af. En dan.



Komen ze hard op de grond neer, de motor gaat gelukkig de andere kant op. Ze hebben het gered.

De twee jongens zijn ongedeerd, alleen de coureur ligt half op de weg. Hij kan niet in de benen komen, er komen toch al in de verte weer motoren aan. Ze moeten hem op tijd van de weg af hebben. Opa rent er direct heen, zijn kameraad achter hem aan. De coureur kan zijn benen niet bewegen, dus ze moeten hem van de weg aftillen. Dat moet wel heel snel gebeuren, niet dat de andere motoren op hun knallen. Ze pakken de coureur voorzichtig beet en willen dan snel naar de kant. Alleen de man is niet zo licht. “Kom op”, schreeuwen ze naar elkaar, “Sneller”. De twee zijn druk aan het sjorren, de motoren komen steeds meer dichterbij

Twee spannende momenten zo vlak achter elkaar, het wordt ze haast iets te veel.

Toch geven ze niet op. Ze brengen de coureur snel aan de kant, daarna vliegen de motoren weer bij hun langs. De coureur heeft zijn benen gebroken en wat kneuzingen. De jongens hebben een heldendaad verricht.



Oude opa blijft in zijn vroegere jaren veel met motoren bezig. Op zijn twintigste trouwt hij dan met oude oma, dan natuurlijk nog een hele jonge meid van achttien. Dat was het jaar 1933, ze starten samen een gezinnetje. Twee jaar later in juni 1935 komt de eerste zoon. Dat wordt Richie zijn opa, de vader van zijn vader om het niet te ingewikkeld te maken.

Oude opa is druk met het knutselen aan motoren bezig, dat is zijn hobby naast boer te zijn.

In 1936 gaat de TT over in handen van ‘stichting Circuit van Drenthe’. Daar bovenop krijgen ze ook de titel uit Engeland `Tourist Trophy’. Dat was het begin van een grote groei van bezoekers naar de TT.

Alleen als er in 1940 de oorlog los breekt, stopt het motorgeweld rond Assen. Daar hebben de motorliefhebbers het wel moeilijk mee, maar iedereen heeft het zwaar.

Zes jaar is er geen TT, maar de vraag is dan zo groot om toch weer een TT te houden. Na de oorlog begint de TT uit te groeien naar een groot jaarlijks evenement. Zelfs in 1949 wordt het opgenomen in de officiële Grand Prix serie. Dit betekent dat de wereldkampioenschappen ook in Assen wordt geracet.

Buitenlanders aan de start aan de TT. Dit trok zoveel meer mensen, oude opa met de kinderen blijven vaste bezoeker. Maar oude opa probeert er ook een slaatje uit te slaan, hij laat op zijn weilanden bezoekers kamperen. Dat is altijd een gezellige bende, de mensen zijn erg vrolijk.

De drank wordt er met plezier gedronken. De kinderen vinden het ook interessant, vooral de oudste zoon laat zijn capriolen op zijn motor aan de bezoekers zien. Die vinden het wel leuk zo’n veertien jarig jochie te zien stunten. Later, toen de Dutch TT al een begrip was, kwam voor oude opa toch het mooiste.



Hij is nog altijd vol van de race in 1968 in de 50 cc. Aan deze race deden veel Nederlanders mee, maar Hans Georg Anscheidt uit Duitsland was de grote favoriet. Hij was al meervoudig wereldkampioen op een twee cilinder als deelnemer van het Suzuki fabriekraceteam.

Daar was ook Paul Lodewijkx op een eigen gebouwde Jamathie van Jan Thiel en Martin Mijwaard.

Paul Lodewijkx reed de hele race een snelle race. Hij kwam steeds dichter bij Anscheidts, die op kop lag. Kon Lodewijkx dan iets proberen om de race op zijn naam te zetten? Dat zou eigenlijk onmogelijk zijn tegen de coureur uit Duitsland. Ze gaan de laatste ronde in. Anscheidt ligt nog steeds op kop, vlak achterna gezeten door Lodewijkx. Het Nederlandse publiek wordt uitzinnig. Gaat er wat gebeuren?

De Duitser houdt alles op slot, in de laatste kniebocht zit Lodewijkx er vlak op. Anscheidt kijkt over zijn rechterschouder heen om te zien waar Lodewijkx is. Dit is de kans.

Lodewijkx komt aan de linkerkant er naast, vlak voor de Finish. Het publiek houdt het niet meer.

Met een verschil van een wiellengte rijdt Lodewijkx het eerst over de finish. De Duitser moet genoegen nemen met een tweede plek. Hier was de eerste Nederlander die de TT op zijn naam zette, Paul Lodewijkx.

Het feest werd uitbundig door het gezin gevierd. Niet wetende, dat ze nu elf jaar moesten wachten op een nieuwe Nederlandse zege op de TT. Maar nu ging Will Hartog in de hoofdklasse er met de prijs vandoor. Niet zo vanzelfsprekend, Will Hartog had last van een ernstige darmstoornis, hij was zeer verzwakt. Hij had een medicijn gekregen van Barry Sheene en voelde zich daardoor iets beter.

Hij had wel het gevoel, dat als de motor niet direct start bij het aanlopen, hij dan waarschijnlijk onderuit zou gaan. Maar hier was geen sprake van, hij maakte een goede start en reed zoals we van hem gewend waren als snelste weg. Het is nat, zes ronden wist hij aan kop te blijven, tot Estrosi hem voor bij komt. Die houdt dat vier ronden vol, totdat hij helaas bij de GT Bocht de bocht uit vliegt. Niet voor Wil Hartog, die reed nog steeds op twee, de baan begint te drogen. Will kan rustig de race uit racen en als tweede Nederlander een TT op zijn naam zetten.

Goed drie jaar later doet Jack Middelburg mee met een Yamaha TZ 500 productie racer. Hij kon er niet mee uit de voeten het frame was een probleem, er werd een nieuw frame gemaakt. Dat werd door de specialist Nico Bukker gedaan. Met de nieuwe combinatie zette Jack Middelburg gelijk de beste trainingstijd neer. Dit ziet er goed uit, maar bij de start gaat iedereen snel weg, behalve Jack.

Dit lijkt niet best, maar Jack gaat niet bij de pakken neer zitten. Hij begint met een grote achtervolgingsrace. Na één ronde zit hij al op de vijfde plaats, na drie ronden pakt hij de koppositie.

Daar laat hij duidelijk zien dat hij de sterkste is, met een overmacht van tien seconden weet hij als derde Nederlander de TT op zijn naam te zetten.

In 1984 werd de TT baan erg gerenoveerd. Oude opa werd steeds ouder, de motoren reden niet meer door het dorp heen. Het was nu een echte baan, waar hij ook jaren trouw was geweest.

De buitenlandse namen Gicomo Agostini, Phil Read, Jarno Saarinen, Kenny Roberts en Freddy Spencer en later Eddy Lawson, Wyane Rayni en Kevin Schwantz deden hem niet zoveel, maar dankzij hun kreeg de TT wel een grote naam. Alleen Randy Mamola vond hij erg leuk, vooral al die capriolen die hij allemaal uit haalde op zijn motor, deze man stal toch van velen hun hart.

In 1987 nog een Nederlands hoogtepunt in de zijspanklasse waar Egbert Streuer uit Grolloo, samen met Bernard Schnieders. In 1989 besluit oude opa niet meer naar de TT toe te gaan, de rest van de familie gaat wel.

Hij gaat samen met oma naar een markt in Emmen. Hij is zesenzeventig en moet wat rustiger aan doen. In de auto neemt oma wel een radiootje op batterijen mee, zodat ze de hele weg de race kunnen horen. Dat jaar rijdt er net weer een Nederlander in de 125 cc voor aan de kop mee.

De race wordt op een gegeven moment zo spannend dat oude opa de auto aan de kant van de weg zet en verder de race gaat luisteren.

Met zijn drieën liggen ze aan kop Gianola, Hans Spaan en Alex Criville. Kan Hans Spaan weerstand bieden tegen deze twee, dan gaat Gianola onderuit. De race gaat nu alleen nog maar tussen Criville en Spaan, alleen geven die elkaar geen duimbreedte toe. Het is eigenlijk stuivertje wisselen.

Hoe pakt Spaan dit aan, kan hij er voor komen en de deur sluiten? Criville probeert, elke keer als hij voor ligt, er weer tussen te komen. Het wordt bloedstollend, het publiek houdt de adem in. Wie komt het eerst over de finish. Spaan ligt op kop, Criville zoekt, kan Criville nog zijn wiel voorbij steken, daar is de lijn, het is..

Het is Spaan die als eerste de finish over rijdt. Het Nederlandse publiek is uitzinnig, de zilvervloot komt voorbij.



Ze barsten alle twee in juichen uit in de auto. Oude opa is er helemaal perplex van, wat een goede race is er door Hans Spaan gereden. Dat wordt thuis weer een feestje. Het laatste Nederlandse succes maakte Egbert Streuer en Peter Brown uit Engeland in 1991.

Oude opa kijkt nog elk jaar naar de TT, de dingen die hij daarmee heeft beleefd, zijn niet terug te halen. Het blijft een droom dat er weer een grote jongen opstaat in Nederland, die Rossi laat schrikken. De TT is een evenement geworden van buitengewone klasse. Er is veel in geïnvesteerd, maar Nederland kan er niet zonder. Oude opa heeft het begin meegemaakt, hij heeft het zien groeien tot een groot begrip. De ondergang zal hij zeer zeker niet mee maken en wij als het zo door gaat gelukkig ook niet. Tachtig jaar TT, laat het een feest blijven, zoals het vanaf dag één was bedoeld.



Richie heeft alles weer adembenemend aangehoord, zijn droom is om coureur te worden.

Misschien kan hij dan de TT wel weer winnen voor Nederland. Maar ja, Wilco Zeelenberg en Jurgen van de Goorbergh hebben ook een poging daartoe gedaan. Ondanks dat ze heel goed waren, is ze dat niet gelukt. Dus Richie zal veel geluk moeten hebben voor zijn droom. Maar daar is de TT ook door ontstaan, een droom van motorliefhebbers.

Dus dromen mag.