Snurkmonstertjes
De avond valt in de stad. Kleine wormpjes kronkelen door de straat. In de huizen gaan de lichten uit. Niet lang daarna komt er een hevig gesnurk uit de huizen. De wormpjes krimpen inelkaar van het geluid “wat een afschuwelijk geluid” brult er één. Ze stoppen de pootjes in de oren “we moeten hier iets aan doen”, schreeuwt een andere worm, “ Ja, maar wat” reageren de anderen. “we gaan naar binnen” zegt de worm. De wormen dringen zich bij een huis door de kieren naar binnen en lopen naar de kamer waar het gesnurk weg komt. “dit is verschrikkelijk klaagt er één. Maar ze gaan door. Op de kamer aangekomen lopen ze naar het persoon dat snurkt. Het is een dikke man met een grote snor. Met alle macht gaan twee wormpjes op de mond zitten en houden zich vast aan de haren van de snor, om het snurken te stoppen, maar met één blaas liggen ze er af. Ze proberen verschillende dingen om de mond dicht te krijgen zodat het lawaai stopt, maar het lukt niet. Dan gaat één wormpje bij de mond zitten en doet zijn bek los als er wordt gesnurkt. Hij zuigt de snurkjes naar binnen “Mmm lekker” roept hij uit. De anderen kijken hem aan en gaan ook bij de mond zitten. Als de gene weer snurkt doen ze allen een bekje open en zuigen de snurkjes op. Één van de wormpjes voelt gelijk dat het groter wordt” Kijk ik wordt groter”, roept hij. De anderen kijken naar hem en schieten in de lach. “Hier wordt je echt niet groter van”, antwoordden ze. Maar ze moeten allemaal toegeven dat het erg lekker is en dat ze meer willen. Maar na een tijdje stopt het persoon met snurken “Mmm” zegt er één, de snurkjes zijn op”. En daar had hij inderdaad gelijk mee, maar daar kwamen ze later pas achter. Want de wormpjes gingen opzoek naar de volgende die snurkt. En ze aten die nacht volop snurkjes. Behalve de ene wormpje die al zei dat die groter werd, hadden de anderen niet door dat ze maar groeide en groeide. Hoemeer snurkjes ze aten hoe dikker en groter ze zijn geworden. En uitgroeide tot echte snurk monstertjes.
In de stad woont ook een gezin. Vader, moeder en zoon. De zoon heet Patrick. Patrick is een jongen van een jaar of zes. Hij houdt erg van spelen en spannende avonturen te beleven. S’nachts wordt Patrick wakker van het gesnurk van zijn vader. Hij doet dan zijn hoofd tussen de kussen om het gesnurk maar niet meer te horen. Vader werkt overdag en moeder is thuis Patrick gaat overdag naar school. Zo zijn ze een alledaags gezinnetje, waar niks mis mee is, maar dat zal veranderen.
Op een nacht ligt Patrick in bed, hij is rustig aan het slapen, als hij s’nachts weer wakker wordt van het gesnurk van zijn vader. Patrick baalt ervan. Hij doet zijn hoofd weer tussen de kussen en probeert weer te slapen. Maar wat hij ook probeert het lukt niet. Patrick begint te denken “Hoe kan hij van dat gesnurk afkomen, wat kan het stoppen. Hoe lang hij daar ook over nadenkt, hij weet het niet. Plotseling hoort hij lawaai in de gang. Hij schrikt eerst. “Misschien is het een inbreker”, denkt hij bij zichzelf, maar het geluid is daar te zacht voor. “Wat kan dat zijn, ik moet het weten”, zegt Patrick tegen zichzelf. Hij klimt zachtjes uit bed en loopt voorzichtig naar de deur van zijn kamer. Hij doet voorzichtig de deurklink naar beneden. Als hij opeens weer lawaai hoort. Patrick schrikt heel even. Het geluid komt bij de deur van zijn vader en moeder vandaan.Patrick is niet bang en hij houdt van een avontuur dus doet hij de deur open. Patrick kijkt de bovenhal in. En hij ziet bij de kamer van zijn ouders een grote worm staan. Patrick schrikt terug, maar ook de grote worm schrikt terug. Patrick kijkt voorzichtig weer uit zijn kamer naar de worm. De worm zit ineengedoken en kijkt voorzichtig de kant van Patrick op. Even blijven ze stokstijf naar elkaar kijken. Dan zet Patrick voorzichtig zijn been naar voren. De worm doet een stapje naar achteren. Patrick heeft nu door dat de grote worm bang voor hem is. En loopt recht op hem af zonder iets te zeggen. De worm kruipt helemaal tegen de muur en schreeuwt dan ineens “Stop”. Patrick blijft stokstijf staan en kijkt de worm aan. “Jij k kk kunt praten” Stottert Patrick verbaast. De worm kijkt hem aan en knikt. “Wat doe jij hier en wie ben jij” vraagt Patrick gelijk het hemd van zijn lijf. De worm staat op en zegt “Ssst, straks worden die mensen wakker’. “Nou die mensen zijn mijn ouders”, antwoordt Patrick. “Goed, goed laten we naar een plek gaan waar ze ons niet horen, dan zal ik je vertellen wie ik ben. “Oké kom maar mee naar mijn kamer” antwoordt Patrick. Ze lopen voorzichtig naar de kamer van Patrick. Zachtjes doet Patrick de deur van zijn kamer dicht. Patrick gaat op bed zitten en de grote worm blijft staan. “Nou wat ben je voor iets”, zegt Patrick brutaal.”Ik ben een worm die niet tegen snurken kan”begint de worm zijn verhaal.”Omdat het zo’n irritant geluid is wil ik het stoppen, nu zijn we er achter gekomen dat de snurkjes lekker smaken en nu eten we het op. Patrick kijkt met grote ogen de worm aan “En hoe eten jullie de snurkjes dan op”, vraagt Patrick verbaast. “Door ze uit de mond te zuigen”, antwoordde de worm. “En wat gebeurt er dan”,Vraagt Patrick.
”Dan houden de snurkjes op een gegeven moment op en dan gaan we naar iemand anders die snurkt.”antwoordt de worm.”Ja dat is het “,schreeuwt Patrick uit.”Ssst” zegt de worm “straks worden je ouders nog wakker”. Patrick zegt dan zachtjes, maar heel enthousiast”Jij ben geen worm maar een Snurkmonstertje, jij kunt snurkjes laten verdwijnen. Jou ben ik nodig. “Ja rustig, zegt het snurkmonstertje (worm)”Hoezo kan ik jou helpen. “Nou mijn vader snurkt s’nachts heel veel en hard zodat ik ervan wakker wordt, daarna kom ik haast niet meer in slaap en nu kan jij mij helpen om dat probleem op te lossen, jij eet de snurkjes op en dan is hij stil ”Mmm, ja” knikt het Snurkmonstertje. “Dus jullie mensen hebben ook last van dat snurken”. “Ja daar hebben we zeker last van”, antwoordt Patrick. Zo praten Patrick en het snurkmonstertje nog wat verder en besluiten om samen naar Patrick’s vader te gaan zodat het snurkmonstertje de snurkjes kan opeten. Ze lopen weer voorzichtig van de kamer van Patrick af naar de kamer van Patrick’s zijn ouders. Zachtjes doet Patrick de deur open. Muisstil zetten ze de voeten in de kamer en ze sluipen naar de kant van Patrick’s vader zijn bed. Het snurkmonstertje gaat voorzichtig op bed en kruipt naar de mond van Patrick’s vader. Bij de mond begint hij de snurkjes op te zuigen.
Patrick’s vader is in diepe slaap en merkt niet wat er gaande is. Het snurkmonstertje zuigt de snurkjes naar binnen en zit te smikkelen.Tot Patrick zijn verbazing ziet hij het snurkmonstertje steeds groter en dikker worden. Het snurkmonstertje verandert in een dikke grote worm. Het snurkmonstertje blijft doorgaan met snurkjes eten totdat Patrick’s vader stopt met snurken. Het snurkmonstertje kruipt heel voorzichtig van bed af. Het bed van Patrick’s ouders staat dicht tegen de muur. Waar net het snurkmonstertje nog rustig kon lopen, blijft hij nou vast zitten.”Hoe kan dat nou”, zegt het snurkmonstertje verbaast. “Sst stil” gebaard Patrick “ Ik trek je hier wel weg”. Heel voorzichtig pakt Patrick het snurkmonstertje bij zijn ene poot. Hij probeert hem langzaam los te trekken. Maar het lukt niet. Dan pakt Patrick hem bij twee poten en trekt het snurkmonstertje voorzichtig naar voren. Maar het snurkmonstertje zit te vast. Het snurkmonstertje drukt ook met zijn lijf tegen het bed en de muur. Wat ze ook proberen het snurkmonstertje blijft vast. Dan zet Patrick de benen tegen het snurkmonstertje aan en trekt heel hard. Het snurkmonstertje schiet los en ze vliegen alle twee door de kamer, tegen de kast. Met een klap komen ze ertegen aan. Behoorlijk wat kabaal is er in de kamer van Patrick’s ouders, maar wonder boven wonder blijven die gewoon doorslapen. Heel zachtjes sluipen Patrick en het snurkmonstertje uit de slaapkamer. Ze lopen naar de kamer van Patrick. “Hoe kan het nou dat ik vast bleef zitten”, zegt het snurkmonstertje verbaast als ze terug op Patrick’s kamer zijn. “Je werd groter en dikker”, antwoordt Patrick. “Ik werd groter “, vraagt het snurkmonstertje nog verbaasder. “Ja jij bent nu nog groter en dikker dan toen je hier op de gang stond”, antwoord Patrick. “Raar, maar goed ik moet hier weer weg”, zegt het snurkmonstertje. “waar ben je dan binnen gekomen”, vraagt Patrick nieuwsgierig. “Uit een kier in de muur:, antwoordt het snurkmonstertje. “Goed dan loop ik wel mee”, zegt Patrick. Ze lopen samen weer heel voorzichtig de deur uit, de gang op. Het snurkmonstertje gaat voorop naar de plek waar hij weg kwam. Bij de trap van het huis zit ook de muur met raam naar de buitenkant. De trap loopt in een hoek en daar zit een grote kier. Patrick kijkt naar de kier en bekijkt het snurkmonstertje. “Volgens mij past je hier niet doorheen”, zegt Patrick hoofdschuddend. “Jawel ik ben er ook doorheen gekomen”, antwoord het snurkmonstertje. Hij gaat ervoor zitten en drukt zijn kop in de kier. Dit gaat al erg stroef, maar het snurkmonstertje zet door. Hij drukt zijn poten en lijf naar binnen. Als hij met veel problemen binnen komt, kan hij niet verder, hij zit vast. Patrick hoort een eind geluid uit de muur, maar kan er weinig van verstaan. Het snurkmonstertje trapt met zijn achterste poten wild heen en weer. Patrick heeft nu door wat er is. Hij pakt het snurkmonstertje bij de achterpoten en trekt weer zo hard hij kan. Patrick hoort uit de muur een geschreeuw van “harder”. Patrick zet al zijn kracht in. Na een tijdje sjorren krijgt hij het snurkmonstertje los. Heel voorzichtig kruipt het snurkmonstertje uit de muur. Ze lopen heel zacht zonder iets te zeggen weer terug naar de kamer van Patrick. Op de kamer aangekomen doet Patrick voorzichtig de deur dicht. Hij gaat op bed zitten. “Wat moet ik nou”, zegt het snurkmonstertje wanhopig. “Mmm ja ik weet het niet”, zegt Patrick hoofdschuddend. Ze blijven een tijdje stil tegen over
