De lichtstrijders; Het begin
De avond valt, de lichten gaan overal aan. De straatverlichting schijnt over de straat. Mensen doen de gordijnen dicht. Gaan lekker languit zitten op een bank, kijken wat er op de tv is. Matthiew is ook een jongen die alleen woont in een mooi klein eengezinswoninkje in Hoogeveen. Matthiew is een jongen van twintig jaar oud. Hij heeft bruin half lang haar, blauwe ogen, stevig postuur, maar knap om te zien. Hij is een normale jongen, die druk bezig is met zijn werk als boekenverkoper. Verder is hij hard op zoek naar een vriendin voor een serieuze relatie, maar dat wil hem nog niet echt lukken. Matthiew houdt van films kijken die erg spannend zijn, dus hij heeft vaak thrillers en horrors op staan. Vanavond drukt hij zijn tv ook weer aan op een zender. Volgens zijn tv staat de zender op kanaal 9. Veronica als het goed is. Daar is op dat moment een film voor. Matthiew blijft geïnteresseerd naar de film kijken. Hij denkt er niet verder aan om in de gids te kijken, wat voor film ervoor is. Matthiew is een hele nuchtere jongen. Hij gelooft dan ook niet gauw in dingen die bovennatuurlijk zijn. Hij is daar ook verder niet mee bezig.Wat hij in de films ziet, vindt hij voor het grootste deel de grootste onzin. Maar dat neemt niet weg dat hij er met de grootste plezier naar kijkt. Zo nu zit hij naar deze film te kijken en al gauw wordt hij meegevoerd met het verhaal van deze film.
De film gaat over:
Een gezin woont in Noorwegen, een klein dorpje daar, dichtbij een bosachtig gebied. Vader is rechercheur, moeder zorgt voor zoonlief, enige kind die ze hebben. Al gauw wordt het dorpje opgeschrikt door verschillende moorden. Vader moet deze moorden uit gaan zoeken. Björn, de vader gaat met zijn collega’s weer naar een nieuwe melding. “Nou, wat zullen we nu weer aantreffen?”, merkt Björn zuchtend op. “Ik zal het niet weten, waarschijnlijk weer hetzelfde”, antwoordt Hakkun, zijn collega. Ze stoppen bij het huis. Alles is al met politielint afgezet. Politie loopt naar binnen en buiten. Björn vraagt aan één van de agenten: ”Nou”? “Hetzelfde als de vorige keer”, beantwoordt de agent hoofdschuddend, ”Het slachtoffer ligt weer in de douche”. Björn en Hakkun lopen het huis in naar de plek des onheils. In de douche ligt een helemaal uitgezogen lijk. Björn buigt zich er overheen. “Wat gebeurt hier toch”? Het is compleet leeggezogen. Ze moeten de identiteit van het slachtoffer nog vaststellen, want het lichaam is zo verwrongen dat het net een opgedroogde mummie lijkt. Björn probeert sporen te zoeken, maar in principe heeft hij niks. Dit is al het vierde geval. Ze hebben nog niet eens één aanwijzing naar een verdachte. Het enige wat telkens overeenkomt, de slachtoffers liggen in de douche. Deze is compleet afgesloten, dus van buiten kan er niets komen. Toch komt er iets binnen wat al het bloed uit hun zuigt. Hakkun grapt: ”Een hongerige vampier is hier actief”. Björn reageert, ”Dan zoekt hij wel een rare plek om zijn slachtoffer leeg te zuigen. Vampiers bestaan trouwens ook helemaal niet”. De twee worden wel moedeloos dat ze geen enkele bevinding doen die hun kan helpen om deze zaak op te lossen, zodat deze moorden kunnen stoppen. Björn neemt dit werk toch ook wel mee naar huis. Het leeft totaal in het hele dorp. Zelfs zijn zoon Kyle van tien jaar is er ook helemaal door geobsedeerd, samen met zijn vriendjes spelen zij de situatie na. Daarbij gaan ze het bos in om daar uit te zoeken of de moordenaar er zit. Moeder Nina heeft daar veel problemen mee. Ze vindt het te gevaarlijk. Ze heeft liever dat Kyle zo dicht mogelijk bij huis blijft. Björn vindt dat weer onzin. Hij zegt op zijn beurt dat het kind gewoon vrijheid moet hebben, dat de moorden niet in het bos gebeuren, maar juist in huis. Kyle luistert daarom beter naar zijn vader dan naar zijn moeder. Hij blijft met zijn vrienden in het bos spelen. Björn zit ‘s avonds rustig thuis. Hij is even aan het bijkomen van de drukte rond de moorden. Nina heeft een lekkere bak koffie voor hem neergezet als opeens de telefoon weer begint te rinkelen. “O, nee “, mompelt Björn, “Niet weer”. Hij pakt de telefoon op: “Met Björn”. Aan de andere kant hoort hij een oorverdovend gegil. “Ja, met wie spreek ik”, roept Björn. Hij hoort dat het een vrouw is, maar ze geeft geen antwoord. Björn blijft proberen, om haar rustig te krijgen. Het gegil wordt steeds zwakker. “Ho shit, ik ga haar verliezen”, roept Björn onmachtig. Nina komt bij hem staan. “Wat gebeurt er”, vraagt ze nieuwsgierig. Dan valt er een stilte aan de andere kant van de lijn. Björn laat de telefoon vallen. Hij zakt even diep getroffen onderuit. “Wat is er gebeurd”, dringt Nina aan. “Ik heb net een vrouw dood horen gaan”, mompelt Björn verbijsterd. Nina kijkt verbaasd en geschrokken. “Hoe weet je dat”? “Ik kon het horen”, hoofdschuddend en zuchtend zit Björn voor zich uit te staren. “Ik moet deze vrouw gaan vinden. Ik moet uitzoeken wat er hier verdomme aan de hand is. Straks zijn er meer lijken dan mensen”. Björn staat op, laat zijn warme koffie staan, stapt in de auto en rijdt het dorp in. Hij heeft geen idee wie hem gebeld heeft, laat staan waar deze woont. Op de telefoon stond geen nummer, want dat had de boel een stuk makkelijker gemaakt. Björn weet ook niet of hij nu eerst zijn collega er bij moet halen of dat hij dit maar in zijn eentje moet doen. Hij rijdt maar door het dorp om te kijken of hij iets verdachts ziet.
Björn is een lange, aardige, stevige man met bruin haar, haast niet te zien, want het zijn stekeltjes en dan wel millimeterwerk. Hij is goed gespierd. Het is gewoon iemand, waarvan je niet snel zou zeggen dat hij een watje is, maar toch op dit moment speelt zijn gevoel hem parten. Hij weet niet echt wat hij met deze situatie aan moet. Elke slachtoffer dat er valt, ziet hij toch, als dat hij als rechercheur zit te falen. Wanneer hij maar één aanwijzing zou kunnen krijgen, dat was eerst genoeg voor hem. Want hoe groot je ook mag zijn, het sloopt je diep van binnen als je een zaak niet kunt winnen of geen aanknopingspunt hebt om te beginnen.
Hij rijdt nog steeds piekerend rond door het dorp. In principe weet hij ook wel dat hij van dat telefoontje even een melding bij zijn collega’s had moeten maken, zodat er nu snel gezocht kan worden. Björn doet het niet, hij blijft de boel in eigen hand houden. Opeens gaat zijn mobieltje. Björn schrikt even uit zijn gedachten op. Het is een berichtje. Björn pakt zijn mobiel en hij opent zijn berichtje. Tot zijn verbazing staat daar een adres, zonder verdere afzender of naam. Björn is erg verbaasd. Hij wil hem eerst wegdrukken. Wat moet hij daar in hemelsnaam mee. Wie gaat hem nou zomaar een adres opsturen. Aan de andere kant, wat zal er op dat adres zijn. Is er iemand die weet wat hij op dit moment aan het doen is, maar wie kan dat weten en hoe. De twijfels spelen allemaal door elkaar heen. Maar op het laatst komt Björn wel op het besluit om de gok te wagen. Hij rijdt naar het adres die op zijn mobiel staat. Als hij bij het adres aankomt, herkent hij direct het huis. Het is het huis van Liv Marksen, een vrijgezelle dame, rond de vijftig, vrolijke vrouw, altijd in voor een praatje, heel spontaan. Zag er nog heel aantrekkelijk uit. Niet heel erg dun , maar ook niet te dik. Goed voorkomen, lang blond haar, blauwe stralende ogen, bol lief gezicht. Gewoon een leuke vrouw, waarvan je niet snapte waarom zij nog vrijgezel was.In haar huis staan de lichten aan. “Dus ze is thuis”, bedenkt Björn bij zichzelf.Björn loopt naar de deur en drukt op de bel. Er komt geen beweging. Björn drukt nog maar een keer. Hij wacht, maar ook deze keer komt er geen beweging.“Dit is wel vreemd”, mompelt hij in zichzelf. Hij besluit om eens rond het huis te kijken. Veel kan hij niet zien, want de meeste gordijnen zijn al dicht. Wat wel opvalt is, dat de woonkamer volop verlicht is, maar dat er geen enkele beweging zichtbaar is. Björn krijgt steeds meer het vermoeden dat hij het telefoontje hier vandaan heeft gekregen.
Nu moet hij een manier vinden om binnen te komen. Hij kan eerst zijn collega’s op bellen, maar daar heeft Björn eigenlijk nog niet zoveel behoefte aan. Hij wil zelf kijken. Hij heeft een berichtje gehad, al zal hij bij God niet weten van wie. Björn loopt naar achteren. Hij kijkt of de achterdeur op slot zit. Deze zit inderdaad op slot. Hij zal dus iets moeten forceren om binnen te komen. Maar ja, van buiten af zijn er geen sporen van braak. Die waren er bij de andere gevallen ook niet, dus het onderzoek zal geen schade leiden als hij nu zijn eigen gang gaat. Björn kijkt naar een plek waar hij naar binnen kan. Hij ziet een raampje die hij met wat sjorren los kan krijgen. Als hij zich dan klein maakt, kan hij er zo door kruipen. Na de boel goed te hebben bekeken, komt hij tot besluit dit maar te doen. Voorzichtig begint hij met het wrikken aan het raam. Toch geeft dit een aardig krakend geluid. Dat moet natuurlijk niet. Straks horen de buren het nog en komen die straks polshoogte nemen. Björn kan nu eerst geen pottenkijkers gebruiken. Hij moet proberen dit zachter te doen, anders moet hij wat anders zoeken. Weer begint hij voorzichtig bij het raam te wrikken. In één keer een harde kraak en het raampje is los. Björn kijkt verschrikt om zich heen. Als niemand het geluid maar heeft gehoord. Het blijft stil in de buurt. Dan klimt Björn tegen de muur op. Drukt zijn lijf door de opening die hij heeft gemaakt. Hij moet zich wel erg klein maken. Hij had het toch iets onderschat. Hij had het gat iets groter verwacht. Door het wrikken is het raam kapot gegaan en staan er wat splinters uit van de kozijnen. Nu Björn er niet goed door komt, grijpt hij af en toe precies in de splinters en het glas. Zijn hand begint aardig te bloeden. Björn is geen watje, al doet het hem best wel zeer. Hij blijft zich door het gat wringen. Het lijkt wel dat het een eeuwigheid, maar als hij er eindelijk door is, kijkt hij op zijn horloge. Tot zijn verbazing ziet hij dat hij dit alles binnen een kwartier heeft gedaan. “Zo dat is best snel”, bedenkt hij bij zichzelf. Hij loopt voorzichtig het huis in. Stilletjes blijft hij bij de huiskamer staan of hij geluid hoort. Tot zijn verbazing hoort hij het geluid van de televisie. Björn begint even te twijfelen. Zal ze de deurbel niet hebben gehoord. Ze schrikt zich straks rot als ik de huiskamer binnen kom en zij zit gewoon tv te kijken. Toch moet hij ook voorzichtig zijn, want die berichtjes waren ook niet voor niets. Björn doet heel voorzichtig de deur op een kier. Hij kijkt voorzichtig naar binnen. De tv staat gewoon aan, maar er is niemand in de kamer. Björn doet langzaam een stapje naar binnen, stilletjes loopt hij de huiskamer in. De lampen, tv, alles staat gewoon aan. Opeens gaat de telefoon van Björn weer. Hij schrikt zich rot. Het is weer een berichtje. Hij pakt snel zijn telefoon. Hij opent het berichtje. Er staat in “Je weet toch waar ze normaal liggen”. Björn blijft stokstil staan. Hij kijkt alle kanten op. Wie is degene die hem de berichtjes stuurt, waar is diegene, want hij weet de hele tijd waar Björn is. Een naar gevoel gaat door Björn heen. Het is niet echt angst, maar wel een gevoel dat iemand hem in de gaten houdt. Björn loopt nu toch maar snel naar de douche waar de andere slachtoffers ook lagen. Hij blijft om zich heen kijken of hij iemand ziet, maar er is geen enkele beweging in het huis.
Wordt Vervolgd
