Laatste Update 05-12-2011

Mijn duister geheim

Sceptisch omdat je mijn geheimen wilt weten, kijk je me aan.

Verwacht je dat ik de zinnen ga zeggen.

Maar je kunt mij niet doorgronden.

Dat zal je ook nooit lukken.

In mij zit een verborgen wereld, die niemand kent.

Ik ben geen open boek.

Ik zit gevangen in iets, wat meer verstrikt is dan een spinnenweb.

Dus vraag mij niks meer.

Draai je om en laat me alleen.

Je kunt mij niet redden.

 

Al deze woorden vuur ik af op een lichtschijnend vrouwelijke wezen.

Zij wil mij naar het licht brengen.

Maar ik dwaal in het land van de demonen.

Geen uitzicht, duisternis voor altijd.

Mijn hart zit gespietst aan mijn zieke geweten.

Mensenvlees is de voeding, waar ik me elke dag mee voed.

Ik ben geen kannibaal, maar de dood heeft mij zo gevormd.

Mijn lasten kleven als een juk aan mijn benen.

Nooit wetend wie ik op mijn weg tegen zal komen.

Altijd in gevaar, gebonden voor eeuwig.

Geloof is weg genomen.

Licht is alleen voor de dwaze vromen.

Waar ik mij nu begeef, begint plotseling de grond te beven.

Er gaat hier iets gebeuren, alleen kan ik niet zien wat.

Ik ben niet veilig, maar angst ken ik niet.

Brokken stenen denderen langs mij heen.

Ik voel ze dicht langs mijn gezicht suizen.

Opeens slaat er een bliksemschicht net voor mijn voeten in de grond.

Ik spring naar achter, val achterover op de aarde.

Nu hoor ik een dreigend grommend geluid.

Wat voor wezen is er vlak voor mij uit de grond gekomen.

Hij klinkt angstwekkend, precies zoals hij mij zo kan verscheuren.

Ondanks ik geen angst ken, kruip ik toch maar voorzichtig naar achteren.

Ik hoor dreunende stappen dichterbij komen.

Een hard briesend geluid verdoofd mijn gehoor.

Één ding wat ik zeker weet, dit wezen komt niet om mij te sparen.

Ik begin nu toch te vrezen voor mijn leven, maar wil me niet compleet aan de angst over-

geven.

Ik blijf zachtjes naar achteren kruipen.

Het wezen heeft mij allang geroken.

Dan komt er weer een bliksemschicht.

Het beest begint zo te brullen, dat het nu niet lang duurt dat hij toe zal slaan.

Eigenlijk kan ik alleen maar op het moment wachten dat hij op mij springt.

En me zal verslinden.

Bij die gedachte raak ik lichtelijk in paniek.

Ik zie in een seconde alles voorbij gaan.

Uiteindelijk hebben mijn zonden mij hier gebracht.

Gefaald in het bittere leven.

Liefde was een goedkoop woord.

Ik gebruikte het voor pure misbruik.

Nu ligt mijn lot in de handen van het land van de demonen.

Toch zal ik niet bekennen mijn geheimen.

Ik kan niet zien wat er op mij wacht.

Het staat heel dicht bij mij.

Ik kan zijn adem ruiken.

Hij is machtig genoeg om mij in stukken te rijgen.

Dat is aan zijn dreigende briesende toon te horen.

Niemand kan mijn machteloze schreeuw nu horen.

De angst begint mij toch te omarmen.

Met vrezende stem begin ik zomaar uit het niets te raaskallen.

“Waarom moet ik sterven in een land van complete duisternis.

Wie heeft mij laten zondigen.

Wie heeft er gezorgd dat ik de hypocriete geesten niet kon verdragen”?

Het wezen komt niet dichterbij, ondanks ik mijn stem verhef.

Ik blijf door gaan.

“Deze vloek heeft een ander over mijn leven uit gesproken.

Als baby gooide ze mij in de zee van waanzin.

Als kind kwam ik tot het besef dat God doof was.

Het licht was alleen kunstmatig.

Dus machtig wezen, ook al sta ik hier te beven.

Ik ben nooit bang geweest.

Doe wat je moet doen, ook jij zal mijn diepste geheimen nooit komen te weten.

Breek mijn hart in duizend stukken.

Zuig het bloed uit mijn aders.

Trek mijn aders uit mijn lichaam.

Pers mijn hersenen uit.

Alles mag je nemen, maar mijn ziel neemt de geheimen mee.

Ik geef het niet aan het licht.

Ik geef het niet aan de duisternis.

Zoals je wilt neem me, mijn angst vloeit weg bij mijn woorden”.

Na al mijn woorden, valt er een diepe stilte.

Had ik het wezen nu afgebluft?

Was hij geschrokken, of onder de indruk dat ik mijn stem verhief?

Of wou hij mij ook alleen onder druk zetten om mijn duistere geheimen ook te komen weten?

Was hij nu langzaam afgedropen?

Ik kan het in de duisternis niet zien.

Zijn briesende geluid hoor ik in ieder geval niet meer.

Het lijkt er dus op dat ik heb gewonnen.

Ik probeer voorzichtig in mijn benen te komen, sta langzaam op.

Geen enkele andere beweging merk ik in de buurt.

Draai mijn rug de andere kant op.

Loop heel stilletjes weg.

Voetje voor voetje verzet ik, tot nu toe is het weer helemaal stil.

Plotseling trap ik op een takje.

In het duister kraakt hij hevig.

Verschrikt kijk ik om.

Daar kijk ik in twee hele vurige ogen.

Mijn hart staat even stil.

Voor ik het weer besef is het wezen boven op mij gesprongen.

Ik voel hoe zijn tanden in mijn lichaam glijden.

Zijn klauwen rijten lappen vlees van mijn lichaam af.

Het is te veel pijn om nog te schreeuwen of te krijsen.

Er valt ook niet meer tegen te vechten.

Ik voel hoe hij bloed uit mij begint te zuigen.

Langzaam glijdt het leven weg.

Mijn trots, mijn waarde, niks is wat mij nu nog spaarde.

Had ik geluisterd naar het vrouwelijke wezen in het licht.

Nu reken ik hier af met mijn duistere geheimen.

Die ik mijn hele leven bij mij droeg.

Ik had de kans om het te delen.

Om alsnog berouw te tonen.

Het kon mij allemaal niks schelen.

Verwond heb ik velen.

Nu kan ik schreeuwen, krijsen niemand die mij hoort.

Is dit het einde?

Of is er naar dit demonenland nog meer.

Alles flitst deze laatste seconde voorbij.

Zonder een blijk van spijt.

Dan bijt het demonische wezen mijn strot door.

Daar is waar ik het leven verloor.

 

©www.lightwarrior.nl