Laatste Update 05-12-2011

Op zoek naar de kern van al het kwaad

Op straat fietst een kleine jongen. Zijn leeftijd zal een jaar of acht zijn. Het is een vlot jochie met krullend zwart haar, dun figuur met een vrolijk stralend gezicht. Het jongentje heet Jazef, is erg ondernemend en nieuwsgierig. Alles wil hij weten. Hij wil het dan uiteindelijk ook nog uitzoeken tot op het bot. Tot ergernis van zijn ouders. Zijn moeder heeft hem al vaak gezegd, ”Jongen, je bent te jong om alles te begrijpen. Dat komt later wel als je ouder bent”. Jazef is het hier echter niet mee eens. Hij blijft eigenwijs de boel verder uitzoeken. Nu is hij op zoek naar de kern van het kwaad. Hij had zijn moeder gevraagd waarom er zoveel kwaad op de wereld was. Zijn moeder heeft geantwoord, ”Het kwaad is vroeger ontstaan, maar de kern zul je nooit vinden, want zolang er mensen zijn, blijft er kwaad bestaan”. Dit is voor Jazef niet een echt bevredigend antwoord. Hij wil nu uitzoeken waar hij de kern van al het kwaad kan vinden. Ze wonen in een hele grote stad, misschien moet hij daar eens gaan kijken. Alleen mag hij daar niet komen, dus moet hij er stiekem met zijn fiets heen rijden. Zijn vader heeft hem laatst nog gewaarschuwd, ” Als je nog één keer ver van huis fietst, krijg je huisarrest. Toch voert de nieuwsgierigheid de boventoon.

 

Zijn kindergedachten willen dit alles toch kunnen verklaren. Waarom is er oorlog, moord, diefstal, scheiding en al die dingen meer? Voorzichtig is hij met zijn fiets het hek uitgeglipt. Zijn moeder heeft het niet gemerkt. Nu kan hij zijn reis maken, op zoek naar de kern van het kwaad. Jazef heeft eigenlijk geen idee waar hij heen moet. De stad is groot. Zou het weleens in de stad zijn? Waar is het kwaad eigenlijk ontstaan, wie kan hem daarbij helpen? Na een tijdje fietsen, komt hij midden in de stad. In het centrum van de stad is een groot plein.

Op dat plein is altijd wel wat te doen. Er staan verschillende mensen die zijn verkleed. Ze staan stokstil, ook een magere Hein. Daar schrikt Jazef altijd wat van terug, het ziet er zo duister uit. Toch observeert hij de magere Hein een tijdje. Dan hoort hij iets verder een man hard praten. Jazef kijkt op. Hij ziet een man met een boek in zijn hand tegen een menigte praten. Jazef wordt nieuwsgierig wat de man te vertellen heeft. Hij loopt er met grote passen heen. De man roept, “God is de redder, maar pas op voor de duivel, want hij is de meester van al het kwaad”. Jazef kijkt verbaast op bij het horen van deze woorden. Zonder verder na te denken roept hij naar de man, ”Waar woont die duivel”? De man kijkt een beetje verstoord op. “Jongen”, zegt hij zachtaardig, ”De duivel is slecht, zijn plaats is hier beneden in de hel”. “Bedankt “, roept Jazef vrolijk. Hij loopt direct met zijn fiets aan de hand weg. Dan is er nu wel het volgende probleem. Hoe komt hij beneden in de hel bij de duivel? Hij zal nu een plaats moeten vinden waar hij naar beneden kan. Jazef gaat de straat op. Hij fietst langzaam nog verder de stad in, nog verder van huis. Het is best druk op straat. Jazef moet goed uitkijken. Wat hij doet, is soms erg gevaarlijk. Hij kijkt naar de zijkant van de weg. Opeens ziet hij daar magere Hein weer staan. Magere Hein wenkt naar hem. Jazef krijgt van schrik even een brok in de keel. Hij kijkt in de rondte of die magere Hein niet toevallig naar iemand anders wenkt. Nee, hij is de enige, wat moet hij nu doen. Hij kan snel weg fietsen, maar toch remt hij af. Hij is toch benieuwd wat Magere Hein wil. Deze blijft alleen maar wenken. Jazef stopt, stapt van zijn fiets. Hij loopt heel voorzichtig zijn kant op. De Magere Hein heeft echt zo’n zwarte cape om, een doodshoofd en een zeis. Hij ziet er gewoon slecht uit, gaat er nog wel door Jazef zijn gedachten. Misschien kan hij hem dan bij de duivel brengen. Jazef komt steeds dichterbij. Het is ijzig stil, een angstige sfeer. Jazef wordt toch te bang. Hij wil zich omdraaien en wegrennen met de fiets. Als hij de beweging maakt, wordt hij in één keer beet gepakt. Jazef schrikt zich rot, hij laat plots zijn fiets vallen.

Een vriendelijke stem zegt, “Je hoeft niet zo te schrikken hoor, ik doe je niks”. Jazef kijkt stom verbaast op. Hij kijkt in de ogen van de magere Hein. Die kon toch nooit zo’n vriendelijke stem hebben. “Wat doe jij alleen hier zo in deze grote stad”, vraagt de magere Hein weer vriendelijk. Van verbazing begint Jazef te stotteren en vertelt Magere Hein zijn hele verhaal gebrekkig. Magere Hein vraagt of zijn ouders het wel goed vinden dat hij alleen op onderzoek uit gaat. Jazef buigt zijn hoofd en schudt, ”Nee, maar ik wou de kern van het kwaad vinden en daarom moet ik nu naar de duivel”, verweert Jazef zich. “Als jouw ouders erachter komen dat jij hier bent, dan zijn zij duivels”, begint de magere Hein te lachen. “Jochie begrijp me goed, het is heel makkelijk iemand ver beneden de schuld te geven van al het kwaad. Of naar een plek te zoeken waar het vandaan komt, maar een ieder heeft zijn eigen keuzes en verstand. Jij wist ook dat jij niet hierheen mocht fietsen, toch deed je dat, omdat je nieuwsgierig was. Maar daar begint het mee, je overtreedt de regels die er zijn gemaakt. Dat doe je bewust, want in je achterhoofd weet je donders goed dat het mag niet.

Nu kun je zeggen dat iemand het jou oplegde, maar jij en ik weten dat dit de grootste onzin is. Mensen die ruzie maken of andere erge dingen doen, kunnen van te voren weglopen. Het is geen duivel die jou dwingt, het is jouw eigen keuze. Ik denk dat jij je antwoord wel hebt gevonden. We moeten nu je ouders bellen, die deze kern van kwaad aan zullen pakken, want ze zijn vast heel ongerust”. Jazef slikt een paar keer heftig. Nu staat er huisarrest op hem te wachten, dit maakt hemniet blij. Maar één ding is hem duidelijk geworden. De kern van kwaad is de beslissing die jezelf maakt. De keus is om het goede te doen en het slechte te laten. Maar ja, het zal afwachten zijn wat Jazef gaat doen als hij weer iets uit wil pluizen, want hij blijft wel de nieuwsgierige ondernemende jongen.

 

 

 © www.lightwarrior.nl 18-05-2010