Totdat alles door brand werdt verwoest
“Kom binnen we gaan eten”
“Handen wassen dat mag je niet vergeten”
Even later zitten ze druk bij tafel te smullen
Lisa geeft Carl een trap, die begint te brullen
De vraag waarom doe je dat
Dat geklier ben je zat
Lisa moet op de gang
Carl stopt met zijn gezang
Even later komt Lisa binnen en geeft Carl een kus op de wang
Ze heeft spijt en haar boosheid duurt niet zolang
Kinderen een mooi gegeven
Ze staan zo vrolijk in hun leven
Nog niet de angst voor morgen
Niet doordrenkt van zorgen
Zeven uur s’avonds, tijd om naar bed te gaan
Een grotere strijde kan er haast niet bestaan
Lisa rent door het huis heen en weer
Carl gaat als een grote tekeer
Nu moet je streng zijn
De kinderen zijn gewoonweg te klein
Ze moeten slapen, die rust hebben ze nodig
Lisa en Carl vinden het erg overbodig
Het protesteren maakt je boos
Maar als ze daar weer vredig liggen te slapen weet je weer waarvoor je ze koos
Niet is wat het lijkt
En soms sta je buiten bereik
Wat doen kinderen als je er niet bij bent
Vooral als ze de gevaren niet kent
Lisa heeft stiekem een aansteker mee naar boven genomen
Nu is zij zachtjes op haar tenen naar Carl zijn kamer gekomen
Samen zijn ze met de aansteker aan het spelen
Vuurvonkjes komen met zo velen
Zachtjes lachen ze en hebben plezier
Dan vat het dekbed vlam, weg vertier
De kinderen raken in paniek
Maar het vuur slaat om zich heen zo fanatiek
Binnen de kortste keren staat de hele kamer in lichte laaien
De warmte bron blijft maar aan waaien
Niets vermoeden lees je een boek
Je wilt wat koffie pakken en een koek
Dan ruik je een nare rooklucht door het huis
Je krijgt argwaan er is hier iets niet pluis
Je loopt de gang in, tot je grote schrik komt de rook van de trap
Je rent naar boven
Maar de vlammen zijn daar niet te doven
Er moet hulp komen, je kunt het niet alleen
“Help mijn kinderen, ze kunnen nergens heen”
Mensen op straat komen naar het huis gesneld
Maar wie is de grote held
Ook de brandweer is onderweg
Maar de vlammen slaan zo hard dat ze straks het hele huis in as legt
Onmachtig kijk je toe
Schreeuwend dat iemand wat doet
Mijn kinderen worden levend verbrand
En ik sta hier machteloos aan de kant
Hoe kon het gebeuren
Niemand kan mij nog opbeuren
Deze ellende zal mij nooit verlaten
Het gevoel, mijn pijn, de dag ik kan het alleen haten
Geen dag gaat er voorbij dat ik het weer beleef
Het krasse is, hadden zij in plaats van mij het maar overleeft
Men zegt, je moet verder gaan
Maar deze wonden zitten diep, elke dag voel ik nog een brandende traan
Liepen ze nog maar te vechten rond de tafel
Kon ik nog maar zeggen “Hou je snavel”
© Ralph Mulder 21-08-2009 (2)
