Laatste Update 05-12-2011

Schoonhoven deel4

 

Voorzichtig openen ze de deur. ‘Laat me snel naar binnen’, beveelt een brede man die ervoor staat. Michel doet de deur verder open. ‘Je moet snel doorlopen, het is hier gevaarlijk.’ De man stapt met grote passen naar binnen. Michel doet direct de deur achter hem dicht. ‘Met hoevelen zijn jullie hier’, vraagt de man op brute toon. Michel, Stefanie en Jessica schrikken wat van de houding van deze man. Stefanie vraagt hem daarom maar brutaal. ‘Hoe kom jij hier terecht op zo’n laat tijdstip?’ ’De man aarzelt niet en zegt, ’Ik was op doorreis, moest een slaapplek hebben. ‘ Stefanie vindt dit wel erg vreemd. Op zo’n afgelaten plek als Schoonhoven is geen hotel. Overnachting is hier ook niet mogelijk. Zoals hij op de deur sloeg, wist hij dat er nog mensen moesten zijn. Iets aan deze man klopt niet. Dit alles wil ze nog wel delen met Michel, maar daar krijgt ze niet echt de tijd voor. De man raast door het gebouw. ‘Waarom zijn alle lichten uit?’ buldert hij. ‘Omdat het hier gevaarlijk is,’ verweert Michel, ’Buiten lopen allemaal gedrochten. Als zij lichten zien, komen ze hier.’ ’Nou, dan bedekken we toch wat ramen,’ merkt de man zonder een blijk van verbazing te geven. Dit valt ook Jessica op. Die vertrouwt de man ook niet. Het is net of hij iets meer weet. De man draagt Michel op om de boel dicht te maken. De meiden helpen ook mee, ondanks dat ze alle twee hun bedenkingen hebben, maar het niet uitspreken. Voor sommige ramen zitten gordijnen. Ze tasten aardig in het duister. Maar ze vinden houten platen, die ze ook voor de ramen kunnen zetten. Eigenlijk zijn ze ook wel erg nieuwsgierig hoe deze man eruit ziet. Want dat hebben ze niet goed kunnen zien. Het is wel duidelijk dat hij zeer dominant is, want de leiding neemt hij gelijk over. Michel heeft ook weinig verweer tegen hem. Als ze de ramen dicht hebben, doen ze de lampen aan.

 

Jessica ziet het gezicht van de man. Haar argwaan wordt alleen nog maar sterker. Het is een echte trucker. Een stevige lange man met een bol gezicht. Met een brede snor. Ongeschoren voor de rest een ruige bos haar. Een woeste uitstraling. ‘Wat nu,’ vraagt Michel onderdanig. ‘We gaan kijken of er wat te eten en te drinken is,’ reageert de man vastbesloten. Stefanie kijkt hem verbaast na als hij in de richting van de keuken loopt. Michel blijft staan. Stefanie fluistert, ’Die man deugt niet.’ Michel hoort het niet goed. ‘Wat zeg je?’ ’Die man deugt niet,’ herhaalt Stefanie wat harder. Nu kijkt de man in één keer om. ‘Wat zei je daar jongedame?’ Stefanie slikt even diep. Ze zegt dan, ’Niets bijzonders.’ Ze veegt het zweet van haar gezicht. ‘O, ik dacht dat je iets over mij had te zeggen,’ grijnst de man grimmig. De toon is gezet. Michel heeft het ook door. Met deze man valt niet te spotten.

 

Hij heeft nog steeds last van zijn schaafwond, die hij opgelopen heeft bij het binnenkomen. Het lijkt of het meer begint te steken. Hij vraagt aan Stefanie of ze even wil kijken hoe de wond eruit ziet. Ze lopen even naar een hoekje. Stefanie doet het T-shirt omhoog. Ze kijkt verschrikt. ‘Wat is er,’ vraagt Michel als hij haar gezicht ziet. Stefanie begint te stotteren, ’Het is een gat aan het worden.’ Michel kijkt naar de plek, ’Dat kan toch niet, dat is niet waar.’ ‘Ssst,’ sist Stefanie dan, ’Niemand mag het weten. Ik laat je niet zomaar gaan. Jij bent alles wat ik nu nog heb.’ Michel kijkt haar wanhopig aan. ‘Ik word dus ook een gedrocht,’ stamelt hij. ‘Laten we daar niet aan denken,’ breekt Stefanie het af Het zal heus niet zo’n vaart lopen.’ Jessica heeft er gelukkig niks van meegekregen. Zij houdt de man constant in de gaten. Deze is de keuken ingegaan op zoek naar eten en drinken. Na een tijdje komt hij terug. Hij heeft wat gevonden. Iedereen heeft eigenlijk wel honger. De man zegt ,’Ik ben trouwens Kobus, ik heb hier wat brood, bier en cola. We kunnen samen eten. ‘ Er staan tafels in het restaurant, daar gaan ze aan zitten. Ongegeneerd begint Kobus te eten en te praten. Hij probeert langzamerhand uit te horen wie hij bij zich heeft zitten. Jessica kruipt dicht tegen Stefanie aan. Kobus wil weten of ze een stel zijn met een kind. Wat ze hier doen. Stefanie is wat terughoudend met de antwoorden. Michel heeft duidelijk wat minder moeite met Kobus. Hij vertelt, ’dat ze hier aan het zwemmen waren en wat er toen allemaal gebeurde. ’Kobus vraagt heel nieuwsgierig, ’Zijn jullie allemaal in het water geweest?’ ’Nee, niet allemaal,’ antwoordt Michel, ‘Jessica niet.’ Voor hij uitverteld is, breekt Jessica hem af. Als een brutaal kind staat ze op. ‘Waarom wil je alles weten, laat ons toch met rust.’ Stefanie pakt Jessica beet, ’Rustig toch, hij bedoelt het vast niet verkeerd.’ Kobus staat op, ’Ik weet wel dat jullie me niet vertrouwen, maar als er één jullie hier uit kan redden, dan ben ik dat.’ ’Hoe weet jij dat zo zeker, ’schreeuwt Jessica kwaad. ‘Je komt hier binnen. En je doet net of je van alles af weet.’ Michel probeert Jessica ook wat te kalmeren. Maar dan zegt Kobus, ’Je hebt gelijk kleine meid. Ik was absoluut niet netjes. Sorry daarvoor. Natuurlijk weet ik niet wat hier gaande is, maar ik wou alleen maar helpen. ‘ Jessica rent naar de keuken, ze gaat huilend in een hoekje zitten. Stefanie loopt naar haar toe. Michel sust het, ’Ach, ze heeft vandaag zoveel meegemaakt. Het wordt haar ook allemaal teveel.’ ’Ach, dat begrijp ik, ’doet Kobus nu heel begripvol. Stefanie troost Jessica. Even later gaan ze weer bij tafel zitten om te eten. Kobus houdt zich nu wat in. Hij ondervraagt niet meer zoveel. Hij drinkt samen met Michel paar biertjes. Jessica eet aardig in het brood. Ze had ook ontzettende honger. Ondanks dat Kobus zich wat op de achtergrond houdt, is Jessica nog steeds achterdochtig. Ze houdt hem constant in de gaten.

 

Michel en Stefanie zijn meer met elkaar bezig. Hun geheim dat niet uit mag komen. Michel vertelt, als ze met z’n tweeën rustig in een hoekje zitten, dat hij ontzettend verliefd op haar is. Stefanie reageert, ’Dat weet ik toch, maar het is wederzijds.’ Dan kijken ze elkaar verdrietig aan. ‘Helaas is het nu nog maar voor zo’n korte tijd.’ Daar willen ze allebei niet aan denken. Jessica ziet dat de twee klef bij elkaar zitten. Intussen loopt Kobus door het gebouw heen. Jessica is nog wel moe, maar slapen kan ze nu helemaal niet meer. Buiten is het stil. De ramen zijn waarschijnlijk goed afgedekt, want de gedrochten staan nog niet op het gebouw te bonken. Dan ziet Jessica dat Kobus stiekem met een mobiel telefoontje een kamer inloopt. Ze gaat hem geruisloos achterna. Kobus loopt naar een kamer waar de anderen hem niet kunnen horen. Jessica gaat dichtbij de deur staan. Precies zo dat Kobus haar niet kan zien. Dan hoort ze dat Kobus gaat bellen. Ze kan het hele gesprek meeluisteren. Michel en Stefanie hebben niets in de gaten. Zij letten op dit moment even alleen op hun zelf. Jessica hoort Kobus zeggen, ’Ja, het is hier een bende, net wat we hadden verwacht. Er zijn drie overlevenden, maar twee zijn in het water geweest, dus dat is een kwestie van tijd. Dan blijft er één ooggetuige over. Ik moet de bende opruimen en hoe gaan ze de vermisten verklaren?’ Jessica kan niet de andere stem horen. Maar ze heeft nu wel door dat hij van meer weet. Hij is hier om alle sporen uit te wissen. Als ze zich om wil draaien om de anderen te waarschuwen, gaat in één keer de deur achter haar open.

 

‘Verdomme, dat kleine kind staat me hier af te luisteren,’ buldert Kobus door de telefoon heen. Hij pakt Jessica in de kladden die net weg wou rennen. Nu wil Jessica het op een gillen zetten. Kobus doet snel zijn hand voor haar mond. Jessica bedenkt zich niet en ze bijt hem direct in de vinger. ‘Jij kleine trut. Kom hier.’ Hij trekt haar naar binnen in het kamertje en gooit de deur dicht. Nog steeds hebben Michel en Stefanie niks in de gaten. ‘Wat moet ik met dit meisje doen,’ brult Kobus door de telefoon. Dan hoort Jessica ook de stem. ‘Gooi haar toch naar buiten, dan zijn we van haar af.’ Nu begint Jessica hard te trappen en met haar armen te bewegen. Kobus houdt haar stevig vast. Hij moet een weg zien te vinden, zodat Michel en Stefanie niet zien dat hij Jessica naar buiten zet. Ten eerste moet hij ervoor zorgen dat ze geen lawaai maakt. Hij kijkt in de kamer rond, daar ligt een stuk kleed. Deze krult hij samen. En bindt hem voor haar mond. Hoe hard Jessica ook tekeer gaat, ze kan niet op tegen die sterke Kobus. Als Kobus haar goed strak beet heeft, gaat hij voorzichtig door de donkere gangen naar de deur. Hij doet het stilletjes. Jessica blijft zich wurgen om los te komen. Niets helpt. Ze zit vast in zijn armen. Dan draait Kobus voorzichtig de deur open. Hij opent de deur en gooit Jessica naar buiten. Dan sluit hij snel de deur en doet hem snel weer op slot. Jessica ligt op de grond buiten. Ze staat op. Ze begint in paniek op de deur te slaan, maar binnen wordt ze niet gehoord. Kobus is intussen weer naar de zaal gelopen waar Stefanie en Michel nog knus tegen elkaar zitten. In de verte kun je wel wat gebonk horen. Stefanie hoort het ineens. ‘Wat is dat.’ Kobus die binnen komt lopen, zegt ijskoud, ’Oh, ik had wat lichten op de gang aan staan en nu zitten er wat gedrochten tegen de deur te slaan. Heb ik even naar gekeken. Nu weet ik ook hoe ze eruit zien. Voor zover je ze in donker kunt zien.’ ’Als ze maar niet door de deur komen,’ merkt Michel op. ‘Nee, die deur is sterk genoeg,’ bluft Kobus. Stefanie kijkt in de rondte. Dan vraagt ze verbaasd, ’Waar is Jessica.’ ’Oh, die wou slapen,’ reageert Kobus direct, ’ze ligt in een donkere kamer hiernaast.’ Stefanie kijkt verbaasd, ’Was ze niet bang.’ ‘Nee, ze voelde zich een stuk veiliger, nu de lichten aan zijn en wij allemaal wakker zijn.’ Liegt Kobus keihard. Het komt zo geloofwaardig over dat Stefanie het gelooft, ondanks dat ze het toch raar vindt.

 

Jessica merkt dat het niet veilig is om te blijven staan slaan op de deur. Ze hoort al geritsel in de verte. Ze moet zichzelf nu redden. Ze loopt voorzichtig weg. Richting het bos. In het donker kun je vrij weinig zien. Tot nu toe hoort ze niets. Dan voel ze een hand bij haar arm. Ze geeft een keiharde gil. Rukt zich los. Jessica heeft een vestje aan. Daar wurgt ze zichzelf uit. In het donker kan ze niet goed zien wat haar beet heeft, het wezen zegt niets. In paniek rent ze zonder haar vestje weg. Heel snel naar het bos. Zo bang als ze is, maar zo vastbesloten om dit te overleven.

 

De tijd verstrijkt. De klok loopt steeds meer naar de ochtend. De zon begint alweer op te komen. Als Stefanie maar iets had om bij Jessica te kijken. Ze hebben de hele nacht geen oog dicht gedaan. Kobus heeft gezegd dat ze met lichten in de vrachtwagen deze plek verlaten. Kobus probeert Stefanie tegen te houden, om bij Jessica te kijken. Hij zegt, ’De tijd dat ze nog slaapt is voor haar meegenomen, straks maak jij haar wakker.’ Stefanie staat er verbaasd van hoe zorgzaam Kobus is. Ze excuseert zich dan ook. ‘Ik vertrouwde je eerst niet, maar je bent echt wel een goede gast.’ Kobus draait zijn gezicht weg. Hij maakt een onduidelijk geluid van ‘Dank je.’ Als Stefanie haar handen over elkaar wrijft. Laten er opeens lappen vel los. Het bloed stroomt eruit. Stefanie schrikt verschrikkelijk. Het geeft een prikkelende pijn. Ze draait zich snel naar Michel om. Die ziet het ook gelijk. ‘O nee,’ fluistert hij, ’jij nu ook al.’ ’Wat moeten we nu,’ fluistert Stefanie, ’Zo mag Jessica ons niet zien.’ De twee kijken elkaar verbijsterd aan. Ze zitten nu echt met een groot probleem. Hoe houden zij dit geheim. Kobus ziet de twee met elkaar smoezen. Hij probeert iets op te vangen van het gesprek, maar dat lukt hem niet.

 

Voor Kobus begint de tijd te dringen. Hij moet in de vroege ochtend bezig om de boel hier schoon te vegen. Eigenlijk moet hij Michel en Stefanie ook snel lozen. Hij besluit om te zeggen, dat hij wil vertrekken. Stefanie schrikt daarvan, natuurlijk wil ze weg. Maar nu durft ze Jessica niet wakker te maken. Ze vraagt voorzichtig, ‘Wil jij dan wel Jessica wakker maken?’ Kobus kijkt verbaasd. Hij denkt er niet lang over na, want dit komt hem erg goed uit. ‘Ja, is goed’, antwoordt hij heel vriendelijk, ’Lopen jullie alvast naar de deur, dan kom ik zo,’ Kobus loopt weg. Michel en Stefanie gaan voorzichtig staan. Stefanie probeert haar hand onopvallend te verbergen. Ze lopen naar de deur. Dan blijkt dat Kobus al buiten is. Hij roept, ’Jessica zit al in de vrachtwagen. Jullie kunnen ook naar buiten.’ Michel doet de deur open. Ze lopen naar de vrachtwagen. Dichtbij de vrachtwagen horen ze in de laadruimte gerommel. ‘Wat ben je aan het doen?,’ vraagt Michel verbaasd. Er komt geen antwoordt, ’He, wat ben je aan het doen?,’ roept Michel nog eens. Weer komt er geen antwoord. Nu worden Michel en Stefanie toch iets voorzichtiger. Ze kijken angstig naar de laadruimte van de vrachtwagen. De klep staat open. Er zit er één binnen, maar waarom geeft die geen antwoord. Zal Kobus gepakt zijn door een gedrocht? Michel probeert nog het één keer. ‘Is daar iemand?’ Er is opeens hard gerommel. Michel en Stefanie blijven stil staan. Kijken verstijfd naar de laadruimte, dan komt Kobus op de laadklep staan. Hij heeft een grote machine op zijn rug. Met een soort blazer in zijn hand. Michel ziet het. ‘Dat is een vlammenwerper,’ reageert hij verbijsterd. ‘Hij gaat ons niet redden.’ Kobus lacht, ’Wat dacht je, dat ik gedrochten meeneem naar een gezond leefklimaat, mijn taak is om de troep op te ruimen die een stomme collega hier heeft aangericht. Die heeft zijn straf gehad, maar ja, nu moeten we de bende verbranden en de plas reinigen. ‘Waar is Jessica,’ onderbreekt Stefanie, ’Wat heb je met haar gedaan?’ ’Maak je om haar maar geen zorgen,’ vervolgt Kobus. ‘Zij was te nieuwsgierig. Dus zij mocht vannacht buiten lopen. Ze zal nu intussen wel door andere gedrochten zijn gepakt.’ ’Vuile klootzak,’ reageert Stefanie nu kwaad, ’Jij bent een beest.’ ’Het zal,’ lacht Kobus gemeen. ‘Jullie kunnen beter rennen, want ik zet mijn vuurspuwer aan.’ Michel en Stefanie rennen snel weg. Ze merken dat ze slapper zijn. Dat ze moeilijk vooruit komen, maar ze zetten alle krachten in om bij Kobus weg te komen.

 

Wordt vervolgd